Stelling: ‘Gebruik van social media voor recruiters zou verboden moeten worden!’

Social media zijn in een korte tijd ingeburgerd in ons dagelijks leven. Vrijwel iedereen is gek op Facebook, Twitter, Google+ en LinkedIn en er wordt dan ook gretig gebruik van gemaakt. We gebruiken het om kennis en informatie over een bepaald vakgebied uit te wisselen, personen te vinden of om onze nieuwe vakantiefoto’s te tonen. Voor de meesten van ons is het heel gewoon om onze dagelijkse beslommeringen te delen op social media. Echter is het niet geheel ongevaarlijk met het oog op (de afwezigheid van) privacy op het internet. Niet alleen blijft alles wat online gezet wordt voor altijd online beschikbaar, maar je weet bovendien nooit wat er (nu of in de toekomst) met deze informatie gedaan wordt. Tijdens het solliciteren bij een prestigieus belastingadvieskantoor kan een recruiter ervoor kiezen om je te googlen en mee te genieten van je brutale reacties op het internet of de net wat te beschamende feestfoto’s. De vraag die dan opkomt is of de internetactiviteiten van studenten wel meegenomen dienen te worden bij de beslissing om een sollicitant al dan niet aan te nemen. We vroegen naar de mening van enkele fiscale studenten en docenten.

De Stelling: ‘Het zou voor recruiters verboden moeten worden om social media te gebruiken tijdens de sollicatieprocedure.’

 

Soufiane Saidi, masterstudent Fiscaal Recht

“Ik ben het niet met deze stelling eens. Ik ben van mening dat een bedrijf een zo volledig mogelijk beeld moet kunnen vormen bij het aantrekken van de juiste kandidaat. Een internetonderzoek kan daar deel van uitmaken. Daarnaast ben ik van mening dat mensen bewuster moeten zijn van hun online gedrag. De informatie is (meestal) vrijwillig gedeeld. Men moet er dan niet raar van opkijken als die informatie wordt gebruikt om een goed beeld te vormen van de kandidaat. Al denk ik niet dat iemand alleen wordt afgewezen op basis van bijvoorbeeld een gênante foto, maar dat er naar het totaalplaatje wordt gekeken. Ik geloof verder ook niet dat het naleven van een eventueel verbod valt te controleren. Dit zal in de praktijk daarom vooral een theoretische, ethische/privacy discussie zijn. De social media kunnen je carrière trouwens ook positief beïnvloeden. Zo kun je bijvoorbeeld een Linkedin of Twitter account aanmaken en laten zien dat je serieus met je vak bezig bent door publicaties of informatie over je vakgebied te posten. Ik denk dan ook dat dit slechts het begin is van een datamining-tijdperk, waarin het internetprofiel van kandidaten een steeds grotere rol gaat spelen”

 

Sja’iesta Sahebali, masterstudente Fiscale Economie

“Ik zie niet in hoe je dit zou moeten verbieden. Studenten kunnen zelf kiezen welke informatie ze openbaar maken en welke ze privé (alleen zichtbaar voor je vriendengroep) houden. Ze hebben dus zelf in de hand wat er online beschikbaar komt. De recruiters zullen vóór de sollicitatie willen weten met wie ze te maken hebben en zullen gebruik maken van social media. Als ze toch informatie vinden, zal het voor hen niet altijd zo makkelijk zijn deze informatie achterwege te laten bij de beslissing om een sollicitant aan te nemen. Toch ben ik van mening dat social media niet gebruikt zou moeten worden bij de beslissing om een sollicitant aan te nemen. De informatie die verkregen is via social media laat niet zien hoe de studenten op de werkvloer zullen presteren. Het laat maar één kant van de sollicitant zien. Ik geef toe dat het lastig is om een beslissing te nemen zonder deze informatie mee te nemen, omdat het toch een bepaalde indruk zal hebben achtergelaten. Wanneer recruiters geen beslissing kunnen nemen zonder de informatie verkregen via social media mee te nemen, dan zouden ze geen social media tijdens de sollicitatieprocedure moeten gebruiken.’’

 

Loran Kerkhof, eerstejaars student Fiscale Economie

“Recruiters zijn net mensen, ze houden van makkelijk en dus van Facebook. Er is geen een plek, site of platform dat binnen zo’n korte tijd zoveel inzicht geeft in iemands persoonlijkheid als Facebook. Althans, het geeft inzicht in hoe jij jezelf wil presenteren aan de buitenwereld. Je kan je eigen pagina zelf inrichten. Je kiest je eigen “marketing strategie”. De een is nou eenmaal beter in marketing dan de ander. Om recruiters te verbieden je Facebook te raadplegen gaat dan ook te ver. Je kiest er immers zelf voor om die foute foto’s te uploaden en of je wel getagd wil worden in die gezellige foto’s uit de après ski hut, of je dit nu deelt met je 1001 vrienden of met de hele wereld. Voor jou maakt het niet uit. Voor die recruiter wel. Hij/zij trekt waarschijnlijk al foute conclusies nog voordat je binnen komt lopen en die hoeven helemaal niet te kloppen. Dat is het probleem. Je Facebook kan niet tegelijk jouw serieuze én gezellige kant weerspiegelen, dus lijkt afschermen de enige optie.”

 

Rick  van Dekken, eerstejaars student Fiscale Economie

“Ik ben het hier niet mee eens en wel om de volgende redenen. Ten eerste vind ik dat social media er voor zorgt dat de asymmetrische informatie tussen recruiter en sollicitant verkleind word. In mijn ogen is dit een goede ontwikkeling, want dit zorgt ervoor dat het personeel dat wordt aangenomen beter bij het bedrijf past. Daardoor is er meer informatie dan alleen een CV, welke altijd wat mooier is dan de werkelijkheid. Ten tweede ben ik van mening dat de verantwoordelijkheid bij de sollicitant ligt. Bij elke vorm van social media gaat men akkoord met de voorwaarden. In de voorwaarden van bijvoorbeeld Facebook staat niet dat al jouw gegevens privé zijn en deze gegevens kunnen dus door de recruiters gezien worden. Echter kun je er zelf voor zorgen dat jouw profiel privé wordt, door simpelweg de instellingen van het profiel te veranderen. Hiermee kan de sollicitant er dus zelf voor kiezen welke informatie hij/zij openbaar maakt en welke informatie privé blijft. Om dit kort samen te vatten ben ik van mening dat social media er voor zorgt dat de werkgever een realistischer beeld krijgt van zijn mogelijke werknemers. Daarnaast ligt  naar mijn mening de verantwoordelijkheid om gegevens privé te houden bij de sollicitant zelf.”

 

Lars de Dobbelaere, eerstejaars student Fiscale Economie

“Nee, ik vind niet dat het verboden zou moeten worden voor recruiters om social media te gebruiken, omdat men weet dat als je iets uploadt het openbaar is. Daarnaast kan de recruiter ook een beter beeld van je krijgen d.m.v. Facebook en/of  Twitter. Ze kunnen zien wat je interesses en hobby’s zijn en ze kunnen kijken of je goed in een team past, wat zelfs positief kan uitwerken! Maar je hebt natuurlijk ook altijd de foto’s waarin je getagd wordt. Hierover kan je niet zelf beslissen of ze online geplaatst worden. Een makkelijke oplossing is (als je deze foto daar niet wilt hebben) dit aan te geven en zeggen dat dit storend is. Dan krijgt de uploader een bericht om deze foto zo snel mogelijk te verwijderen en anders heeft Facebook altijd de mogelijkheid om dit te doen. Maar dit probleem, dat de recruiter je kan ‘onderzoeken’, is alleen mogelijk als je een openbare pagina op Twitter of Facebook hebt. Dus de makkelijkste oplossing is, zoals ik zelf ook heb gedaan, je profiel afschermen/beveiligen. Hierdoor kunnen alleen vrienden je berichten of foto’s zien en hoef je niet bang te zijn dat dit je toekomstige carrière zou kunnen verzieken.”

 

Joris Jiskoot, tweedejaars student Fiscaal Recht

“Als je na sollicitatieronde nummer zoveel het prestigieuze kantoorpand uit wandelt, ben je er bijna zeker van: “Dit kan niet meer fout gaan”. Totdat de recruiter jouw Facebookpagina, of moet ik zeggen ‘de beerput’, opent. De plek die jou de mogelijkheid biedt om de meest scherpe opmerkingen of gênante foto’s te plaatsen. Om over je Twitteraccount nog maar te zwijgen. Op die plekken ben je niet altijd de meest nette en representatieve persoon geweest, die de recruiter dacht voor zich te hebben zitten. Het is zeer vreemd om te stellen dat een recruiter niet mag beslissen op basis van meer dan alleen de gesprekken en testen. Een contract bij een groot kantoor betekent niet dat je alleen maar je taak hoeft uit te voeren. Je verbindt je persoon aan de naam van het kantoor: post jij een verkeerde opmerking op het wereldwijde web, ook al is het iets dat zeer privé is, dan zien andere kantoren of cliënten jou nog steeds als onderdeel van het kantoor waar je werkzaam bent. Het is dus niet opmerkelijk dat een recruiter nader onderzoek doet naar een sollicitant. Tijdens de sollicitatieronden kun je een masker opzetten, om zo de nette jongen uit te hangen. Op het internet is van zo’n masker zelden iets te zien. Of het moet van een studentikoos verkleedfeestje zijn natuurlijk. Wil je dan toch de grappige persoon uithangen door een grap te maken waarvan je denkt dat alleen jij de scherpte hebt om die grap te bedenken, doe het dan achter een slotje. Eindig je misschien nog met een leuke baan.”

 

Max van Boxel, derdejaars student Fiscaal Recht

“In een sollicitatieprocedure is het doel van de recruiter te onderzoeken of de sollicitant geschikt is voor de functie. De stukken die je hiervoor aanlevert zijn een overzicht van alles wat je op werk- en studiegerelateerd vlak hebt uitgespookt, en daarbij ook je motivatie voor de vacature. Dat je je hierin van je beste kant laat zien spreekt voor zich. Behalve deze stukken als ‘visitekaartje’ hoort natuurlijk ook je aanwezigheid op internet bij de beschikbare informatie. De feestfoto’s waarover gesproken wordt in de inleiding van deze rubriek lijken me niet afdoen aan de indruk die je maakt bij de recruiter. Dit is wellicht anders wanneer íets te veel belly shots in Salou zijn vastgelegd of je regelmatig domme of ongepaste Twitterberichten post. LinkedIn-bezoekjes van recruiters verhullen niet meer dan in een cv staat en het lijkt me juist handig dat hij/zij kennis neemt van jullie gedeelde connecties, voornamelijk de personen die je al kent binnen het bedrijf. Tot zover waterdicht. Een rondje Google vertelt me dan dat Max van Boxel houdt van exotische fietsvakanties, caravanraces (…) en daarnaast ook nog tijd heeft voor wedstrijdschaatsen op topniveau. Wanneer de recruiter deze informatie allemaal op juistheid moet checken (ik ben niet de enige wiens naam vaker in omloop is) kost dit enorm veel tijd. Een globale screening lijkt me echter wel op zijn plaats omdat het vast zal voorkomen dat wanneer een cliënt een gezicht wil zien bij de persoon waar hij via telefoon/e-mail contact mee heeft gehad, hij hetzelfde zal doen.”

 

Ilyas El-Bouhassani, masterstudent Fiscale Economie

“Allereerst denk ik dat social media niet op een hoop gegooid kan worden. Ik gebruik bijvoorbeeld LinkedIn om in contact te komen met bedrijven en hun recruiters. Voor wat betreft de meer persoonlijke social media, bijvoorbeeld Facebook, kan ik me voorstellen dat men er bezwaren tegen heeft als recruiters in die informatie gaan duiken om een beeld van de sollicitant te krijgen. Ik ga er bij deze stelling vanuit dat de informatie waar de recruiters gebruik van maken door de sollicitant openbaar is gemaakt. Dit gezegd hebbende, vind ik dat het recruiters niet verboden moet worden om gebruik te maken van social media om een beter beeld van de sollicitant te krijgen. Er moet naar mijn mening wel aan de volgende twee voorwaarden worden voldaan. Ten eerste dienen wij te beschikken over de keuze om de informatie wel of niet online te zetten. Ten tweede dienen wij, alvorens we de informatie online delen, ons ervan bewust te zijn dat deze informatie voor allerlei doeleinden gebruikt kan worden. Wanneer aan deze twee voorwaarden wordt voldaan, vind ik dat mensen zelf de verantwoordelijkheid dragen om goed na te denken alvorens zij privé-informatie met de wereld delen. Ik vind dan ook dat deze informatie als openbaar bestempeld dient te worden, en dus voor iedereen toegankelijk is. Dit betekent naar mijn mening dat ook recruiters van deze informatie gebruik mogen maken. Daarnaast biedt bijvoorbeeld Facebook de optie om berichten en foto’s privé te houden. Mensen hebben dus de keuze om privé-informatie ook daadwerkelijk privé te houden.  Ik ben echter wel van mening dat de recruiters de verkregen informatie slechts zouden moeten gebruiken om een wat concreter beeld te krijgen van de sollicitant. Recruiters zouden niet een (definitief) oordeel mogen vellen op basis van social media. Ik ben het dan ook oneens met de stelling.”

 

Dit betreft een artikel uit Aanslag 4 – 2013/2014.

No Comments Yet

Comments are closed

Contact
Postbus 1738
3000 DR Rotterdam
(T) 010- 408 14 69
(E) aanslag@christiaanse-taxateur.nl


Sponsors
banner 280 x 60 banner 280 x 60