Thema-artikel: Ruttax

Inleiding 

Mark Ruttax, de titel van het eerste thema dit jaar. De keuze hiervoor was simpel, Mark Rutte staat namelijk weer te trappelen om een nieuw kabinet te gaan leiden. Een mooi moment om terug te kijken te kijken naar de verschillende kabinetten en vooruit te blikken naar de toekomst. Er zijn in Nederland al zeven jaren voorbijgegaan waarin Mark zichzelf minister-president mocht noemen. Er kan dus inmiddels gesteld worden dat hij aardig zijn stempel heeft kunnen drukken op de Nederlandse fiscaliteit. In dit stuk wordt gezocht naar wat deze stempel, en dus wat eigenlijk de Ruttax is.

Om deze hoofdvraag te kunnen beantwoorden, is het belangrijk om bij het begin te beginnen. Een bron die hierbij handig is, komt uit 2006 toen hij begon als fractievoorzitter van de VVD. Hij presenteerde in dat jaar ook een verkiezingspamflet, met de naam ‘De toekomst is nu’. Met dit pamflet probeerde hij aan de hand van negen punten duidelijk te maken welke kant Nederland op zou moeten gaan. Hij stelde dat economische groei noodzakelijk is voor de welvaart, maar ook voor ons welzijn. Vandaar ook dat de gekozen titel voor dit pamflet was: ‘De toekomst is nu’. Er moest toen actie worden ondernomen om later niet achter te lopen. Deze stelling was een belangrijk uitgangspunt voor de kabinetten van Rutte. Economische groei zou dus de sleutel zijn naar dat wat we in onze portemonnee voelen (de welvaart), en dat wat we in ons hoofd en hart voelen (het welzijn). Om economische groei te veroorzaken werd er ook gebruik gemaakt van fiscale instrumenten. Deze zullen in de volgende alinea’s per kabinet naar voren komen, samen met de context in die periode.

Rutte 1

Het begon allemaal met Rutte 1. De VVD had hiervoor onder leiding van Rutte vier jaar in de oppositie vertoefd tijdens het laatste kabinet Balkenende. Het won dus de verkiezingen van 2010 en dit was de eerste keer in de geschiedenis van de VVD dat ze de grootste waren geworden. Als een partij eenmaal de grootste is, moet deze partij ook een coalitie vormen. Het werd uiteindelijk een rechts-midden kabinet van VVD en CDA, met gedoogsteun van de PVV.

De context waarin deze partijen het land moesten gaan regeren was grauw. De kredietcrisis van 2008/2009 was nog niet afgelopen of de Eurocrisis begon. De economie ging steeds verder achteruit en er moest worden ingegrepen. Er werd gekozen om €18 miljard te besparen. De oplossing was vooral het laten dalen van de uitgaven, maar er was ook sprake van een aantal lastenverzwaringen voor de burger. Een van de bekendste was het laten stijgen van het BTW-tarief van 19% naar 21%. De eerste paar jaren was er nog wel sprake van economische groei, maar in 2012 volgde er weer een daling en er kwam een tekort van meer dan 3% van het BBP. Hierdoor was er behoefte aan een extra pakket aan bezuinigingen, ter waarde van €14,4 miljard. Hier stemde de PVV niet mee in, waardoor dit kabinet ten val kwam.

Rutte 2

Na het vrij rechtse blok waar Rutte voor koos tijdens zijn eerste termijn ging het de tweede keer een heel andere kant op. Na de verkiezingen was er namelijk sprake van twee jumbo-partijen, namelijk de VVD en de PvdA. De VVD had de verkiezingen gewonnen met een totaal van 41 zetels. De PvdA zat hier echter heel dichtbij met 38 zetels. Dit was een van de weinige keren in de Nederlandse geschiedenis dat een kabinet de tijd uitzat. Beide partijen zijn elkaars politieke tegenpolen en hierdoor was de keuze voor het motto ‘Bruggen slaan’ logisch. De context waarin beide partijen elkaar moesten vinden was er een van crisis. De Eurocrisis was nog steeds niet voorbij en er moest gedurende die periode volop worden bezuinigd. Het tekort uit Rutte 1 was immers nog steeds niet teruggedrongen.

Het grauwe weer was aan het begin van dit kabinet nog niet verdwenen. Tekorten moesten nog steeds worden opgelost. Daarvoor werden ook een aantal lastenverzwaringen doorgevoerd. Een aantal voorbeelden hiervan zijn de uitbreidingen van de heffingsgrondslag bij een aantal belastingen. Zo werd de AOW-leeftijd verhoogd, waardoor mensen meer gingen werken. Dit leidde tot meer inkomstenbelasting.[1]  Aan de andere kant werd de hypotheekrenteaftrek versneld afgebouwd, om het belastbaar inkomen te vergroten.[2]  Dankzij deze extra inkomsten konden tekorten worden teruggedrongen. Tijdens dit kabinet namen de economische groei en het BBP toe.

Rutte 3

Bij het kiezen van de derde coalitie was er sprake van een andere sfeer in Nederland. De crisis was grotendeels voorbij en er leek een soort luxe situatie te zijn ontstaan waarbij het kabinet meer te besteden zou hebben. De coalitie bestond deze keer uit vier partijen, namelijk VVD, CDA, D66 en ChristenUnie.

Op het gebied van belasting zijn er een aantal belangrijke maatregelen noemenswaardig. Deze lijken vooral te worden genomen met het oog op de “race to the bottom”. Met dit beleid wordt geprobeerd in te spelen op ontwikkelingen als bijvoorbeeld Brexit. Mogelijk willen bedrijven Londen verlaten voor een kantoor binnen de Europese Unie. Nederland moet dan zo aantrekkelijk mogelijk lijken. Rutte doet dit door een aantal fiscale versoepelingen aan te bieden. Maatregelen die hiervoor worden ingevoerd zijn bijvoorbeeld het afschaffen van de dividendbelasting, het verlagen van het VPB-tarief en de verhoging van het heffingsvrije vermogen in de inkomstenbelasting. Vooral het afschaffen van de dividendbelasting is een pijnpunt, want er wordt weinig begrip voor getoond. De redenen die worden gegeven zijn vaag en komen eigenlijk neer op het ontbreken van een goede onderbouwing. Rutte kan ook niet sterk maken wat nu precies de effecten van de afschaffing van de dividendbelasting zullen zijn op economisch gebied. Nederland werd al eerder aangewezen als een mogelijk belastingparadijs en probeert door deze maatregelen aantrekkelijker te worden voor grote bedrijven die zich hier eventueel willen vestigen. Om deze weggevallen inkomsten op te vangen gaan er ook een aantal belastingen omhoog. Een bekend voorbeeld hiervan is het laten stijgen van het BTW-tarief van 6% naar 9%.[3] 

Conclusie

Eerst is het belangrijk om terug te kijken naar wat nu eigenlijk het doel was van Rutte toen hij aan zijn politieke avontuur begon. Voor Rutte was de manier om ieder doel te halen economische groei. Of het nu ging over welvaart of over welzijn, economische groei was het antwoord. Deze groei zou vooral worden behaald via het bedrijfsleven. Dit zorgt namelijk voor meer banen en dus meer economische groei. Dit instrument werd dan ook door alle kabinetten Rutte gebruikt om economische uitdagingen aan te gaan. In slechte tijden werden  lasten verzwaard door meer belasting van natuurlijke personen te heffen. Voorbeelden zijn de verhoging van de btw en de verbreding van de heffingsgrondslag door middel van het afbouwen van de hypotheekrenteaftrek en het verhogen van de AOW-leeftijd. In goede tijden wordt juist het bedrijfsleven extra gestimuleerd. Als er wordt gekeken naar het gebruik van belastingen in die periode, is met name een stimulering voor grote bedrijven te zien.. Kortom: Rutte heeft de economische groei gekozen om de welvaart en het welzijn van het land te verhogen. Hij heeft dit ook als uitgangspunt voor zijn beleid aangehouden. Dit is dus de stempel van de Ruttax.

Door: Yoran van der Pijl

 

Literatuurlijst:

Kabinet Rutte I 2010-2012

https://www.parlement.com/id/vij7e8jky5lw/kabinet_rutte_i_2010_2012

Kabinet Rutte II 2012-2017

https://www.parlement.com/id/vj47glycfix9/kabinet_rutte_ii_2012_2017

Kabinet Rutte III 2017-

https://www.parlement.com/id/vkidc8m3p1sz/kabinet_rutte_iii_2017

Richard van Boven, De fiscale plannen van Rutte III op een rij, 10 oktober 2017

https://www.elsevierweekblad.nl/belasting/achtergrond/2017/10/de-fiscale-plannen-van-rutte-3-op-een-rij-547349/

 

Mark Rutte, de toekomst is nu ,21 maart 2006   https://web.archive.org/web/20060523070205/http://www.markrutte.nl/images/9puntenplan.pdf

RTL Z, Rutte: effect afschaffen dividendbelasting op bedrijven niet bekend, 14 november 2017                                                                                                      https://www.rtlnieuws.nl/geld-en-werk/rutte-effect-afschaffen-dividendbelasting-op-bedrijven-niet-bekend

[1] Art 7a lid 1 Algemene Ouderdomswet

[2] Art 2.10 lid 2 en art 2.10a lid 2 Wet Inkomstenbelasting

[3] Art 9 lid 1 en 2 sub a Wet Omzetbelasting

No Comments Yet

Comments are closed

Contact
Postbus 1738
3000 DR Rotterdam
(T) 010- 408 14 69
(E) aanslag@christiaanse-taxateur.nl


Sponsors
banner 280 x 60 banner 280 x 60