Deprecated: Function create_function() is deprecated in /www/wp-includes/pomo/translations.php on line 208 Deprecated: Function create_function() is deprecated in /www/wp-includes/pomo/translations.php on line 208 Notice: Only variables should be passed by reference in /www/wp-content/themes/thevoux-wp/admin/ot-loader.php on line 329 Deprecated: Function create_function() is deprecated in /www/wp-content/themes/thevoux-wp/inc/woocommerce.php on line 130 Deprecated: The each() function is deprecated. This message will be suppressed on further calls in /www/wp-content/plugins/js_composer/include/classes/core/class-vc-mapper.php on line 111 Prof. dr. R.N.G. van der Paardt over ‘Financial Fair Play’ – De Aanslag

Prof. dr. R.N.G. van der Paardt over ‘Financial Fair Play’

Financial Fair Play en btw

Paardt
In het kader van het thema ‘Financial Fair Play’ een korte beschouwing over fair play in de btw. Het is natuurlijk de vraag wat fair play inhoudt. Wat de één fair vindt, vindt de ander niet kunnen. Een flinke schouderduw of ferme teckel bij voetbal is geoorloofd, terwijl dit bij een andere sport “not done” is. Bij een robbertje vechten met de fiscus vindt de belastingplichtige dat het er eigenlijk wel wat ruw aan toe kan gaan. Immers de fiscus heeft een machtspositie en dan mag de mindere partij wat extra middelen in de strijd werpen. Vergelijk de bezettingen van studenten van de UvA in Amsterdam die daardoor in korte tijd meer bereikten tegen het gevestigde bolwerk van het universiteitsbestuur, dan eerdere jarenlange besprekingen in overlegorganen, waarin de studenten van het bekende kastje naar de muur gestuurd werden door hautaine bestuurders. Wat dat betreft is er niets veranderd vergeleken met de roerige jaren van de Maagdenhuisbezetting eind jaren zestig begin jaren zeventig van de vorige eeuw. Door de overheid en universiteits-behörden is het onderwijs uitgekleed, de vakgroepen wat betreft bemensing en beschikbare financiële middelen uitgeknepen en zijn de financiële middelen vooral ingezet om te investeren in gebouwen en ‘overhead’. Het is goed dat daar tegen geageerd wordt en wat mij betreft zijn daarbij verregaande middelen geheiligd.

 

Wetten en regels zijn gesteld om niet overtreden te worden, maar het ligt in de natuur van individuen die met regels geconfronteerd worden om de grenzen ervan op te zoeken. Regels zijn namelijk een inperking van vrijheid van burgers en de drang naar vrijheid is genetisch bepaald, zodat wat de overheid oplegt (ook al wordt dat altijd gelegitimeerd met de kreet dat dit in het algemeen belang is), altijd kritisch bekeken dient te worden. Zo ook wetten en regels met betrekking tot de btw. Een belastingsysteem dat consumenten opzadelt met een hogere prijs voor goederen en diensten die van ondernemers worden gekocht. Na afroming van het verdiende inkomen door de heffing van inkomstenbelasting wordt van wat resteert en beschikbaar is voor consumptie, nog eens 21% geroofd door de heffing van btw over de bestedingen.

 

Dat beperken van de bestedingsmogelijkheden door de heffing van btw speelt ook bij ondernemers en instellingen die de betaalde btw op investeringen en kosten niet in aftrek kunnen brengen, zoals onderwijs- en gezondheidszorginstellingen. Men ervaart de btw als kostenpost en dan komt de vraag op of dat niet op een of andere wijze vermeden kan worden. In dit kader zijn de zogenoemde scholenconstructies illustratief. Indien een onderwijsinstelling een nieuw schoolgebouw laat bouwen is de btw op de aankoop van de bouwgrond en de bouwkosten van het gebouw niet aftrekbaar en vormt de btw een deel van het investeringsbedrag. In de Nederlandse onderwijswetgeving is echter bepaald dat de overheid (de gemeente) dient zorg te dragen voor de huisvesting van onderwijsinstellingen voor het basis- en voortgezet onderwijs. Zou de gemeente een nieuw schoolgebouw laten bouwen en dit gratis ter beschikking gesteld wordt aan de onderwijsinstelling (meestal een stichting), dan is de btw op de grond en bouwkosten ook niet aftrekbaar omdat de gemeente dan niet als btw-ondernemer optreedt die recht op aftrek (lees: teruggaaf) van de betaalde btw zou hebben. De oplossing die gevonden werd is dat de gemeente het nieuwe schoolgebouw laat bouwen en daarna het schoolgebouw voor een lage prijs (maar meer dan een symbolisch bedrag) aan de schoolstichting wordt geleverd. De btw op de hoge investering is dan bij de gemeente aftrekbaar terwijl over de lage verkoopprijs btw verschuldigd is, zodat er per saldo een financiëel voordeel op de btw behaald wordt. De Belastingdienst stelt dat, hoewel deze constructie binnen de (letterlijke tekst van de) wettelijke regels valt, er strijd zou zijn met doel en strekking van de btw-regels; fraus legis of zoals dat in EU terminologie wordt genoemd: misbruik van recht.

 

In de eerste zaak die betrekking had op misbruik van recht in de indirecte belastingen, de zaak Emsland-stärke (HvJ EG 14 december 2000, zaak C-110/99 (Emsland-Stärke)) ging het om uitvoerrestituties die een Duitse onderneming ontving voor het uitvoeren van aardappelzetmeel naar Zwitserland. Vervolgens werd dit product vanuit Zwitserland in ongewijzigde staat teruggebracht naar Duitsland (een U-bochtconstructie). De uitvoerrestitutie was in dat geval hoger dan de landbouwheffing bij invoer, zodat een voordeel voor de betrokken ondernemers resteerde uit hoofde van de toepassing van deze constructie. In deze zaak besliste het Hof van Justitie dat sprake was van misbruik van recht indien aan twee voorwaarden is voldaan. Ten eerste vereist een geheel van objectieve omstandigheden dat de doelstelling van de wettelijke regeling niet wordt bereikt. Ten tweede is een subjectief element vereist dat het namelijk de bedoeling is om kunstmatige voorwaarden te creëren waardoor het voordeel kan ontstaan (R.o. 52 en 53 van HvJ EG 14 december 2000, zaak C-110/99 (Emsland-Stärke)). Waarmee duidelijk wordt dat constructies die ondernemers gebruiken om fiscale voordelen te behalen (ook voor de indirecte belastingen zoals in- en uitvoerheffingen en btw) die in strijd zijn met doel en strekking van de wetgeving en zodanig kunstmatig zijn dat het wezenlijke doel belastingbesparing is, niet geaccepteerd worden door de rechter. In navolging daarop heeft het Europese Hof in een aantal andere zaken betreffende btw-constructies beslist dat dit beginsel van misbruik van recht van toepassing kan zijn. (Zie onder meer: HvJ 21 februari 2006, zaak  C-255/02, (Halifax); HvJ 21 februari 2006, zaak C-223/03 (University of Huddersfield); HvJ 21 februari 2006, zaak C-419/02 (BUPA Hospitals);HvJ 5 juli 2007, zaak C-321/05 (Kofoed); HvJ 21 februari 2008, C-425/06 (Part Service) ; HvJ 22 december 2010, C‑277/09 (RBS Deutschland); HvJ 22 december 2010, C‑103/09 (Weald Leasing) ; HvJ 20 Juni 2013, C-653/11 (Paul Newey).)

 

Maar is dit beginsel van misbruik van recht ook van toepassing op de scholenconstructie. In een recente zaak heeft de Hoge Raad daarover beslist. In dat geval ging het om het volgende. Belanghebbende, een gemeente heeft op een gedeelte van het perceel op haar kosten een schoolgebouw voor voortgezet onderwijs (hierna: het schoolgebouw) gerealiseerd. De stichtingskosten van het schoolgebouw bedragen € 18.880.000. Belanghebbende heeft de haar ter zake van de realisatie van het schoolgebouw in rekening gebrachte omzetbelasting in aftrek gebracht. Bij notariële akte van 5 december 2006 heeft belanghebbende het schoolgebouw voor een bedrag van € 440.000, inclusief € 70.552,10 aan omzetbelasting, verkocht en geleverd aan de Stichting. Belanghebbende heeft de omzetbelasting op aangifte voldaan. Naar aanleiding van een boekenonderzoek heeft de Inspecteur zich op het standpunt gesteld dat belanghebbende ten onrechte de omzetbelasting ter zake van de bouw in aftrek heeft gebracht. Het Hof Arnhem/Leeuwarden heeft geoordeeld dat de door belanghebbende verrichte levering van het schoolgebouw een economische activiteit is. Daarbij heeft het Hof in aanmerking genomen dat uit de hiervoor vermelde akte van levering volgt dat tegenover de overdracht van het schoolgebouw een vergoeding staat. Het Hof heeft verworpen het standpunt van de inspecteur dat de overeengekomen vergoeding in wezen geen of slechts een symbolische vergoeding is. Naar het oordeel van het Hof is de overeengekomen vergoeding van € 440.000 geen symbolische vergoeding, afgezet tegen de getaxeerde waarde in het economische verkeer van het schoolgebouw van € 1.660.000 exclusief omzetbelasting. Het Hof heeft voorts geoordeeld dat belanghebbende bij de levering van het schoolgebouw niet in haar hoedanigheid van overheid is opgetreden, maar als ondernemer. Ten slotte heeft het Hof geoordeeld dat geen sprake is van misbruik van recht. De Hoge Raad bevestigt deze beslissing verwijzend naar een eerdere vergelijkbare zaak (HR 25 april 2014, nr. 13/00959, BNB 2014/158).

 

Waarom komt de rechter tot deze uitspraak? Voornamelijk omdat in de onderwijswetgeving enerzijds is bepaald dat gemeenten dienen zorg te dragen voor de huisvesting van scholen en anderzijds daarin de ruimte wordt gelaten hoe dat in te vullen, waarbij een overdracht van een schoolgebouw door een gemeente tegen een betrekkelijk laag bedrag tegenstand is. Dan is er kennelijk geen ruimte om te zeggen dat de gekozen methode misbruik vormt. In economische zin een betrekkelijk vreemd resultaat. Had men gekozen voor bouw van het schoolgebouw door de Stichting en subsidiëring ervan door de gemeente, dan was er geen recht op aftrek van btw aan de orde. Dat zou ook niet het geval zijn als de gemeente het schoolgebouw had laten bouwen en het vervolgens om niet had overgedragen of om niet of tegen een lage vergoeding had verhuurd aan de Stichting. Maar door de keuze voor overdracht van het nieuwe schoolgebouw tegen een weliswaar lage maar niet-symbolische vergoeding, ontstaat een groot btw-voordeel. Dat voordeel is niet in lijn met doel en strekking van de onderwijsvrijstelling (geen btw op de schoolgelden en dan ook geen btw-aftrek op kosten en investeringen toerekenbaar aan de onderwijsprestaties). Fair play van de belastingplichtigen of niet? Dat is dan meer een ethische vraag. Moeten een gemeente en een niet-winstbeogende onderwijsinstelling meewerken aan een constructie waarbij de rijksoverheid minder belastingen ontvangt en een voordeel toekomt aan de gemeente? Je kunt zeggen verschuiving van geld van rijk naar gemeente, so what. Maar is fair play dat je belasting betaalt op basis van wat de bedoeling van de belastingwet is en niet van wat je binnen de grenzen van de wetgeving – dus legitiem – kunt regelen om toch minder dan dat te betalen. Lastig om daar een oordeel over te geven, het is denk ik, aan iedere bestuurder of ondernemer om die afweging te maken.

 

Door: Prof. dr. R.N.G. van der Paardt

 

Warning: count(): Parameter must be an array or an object that implements Countable in /www/wp-includes/class-wp-comment-query.php on line 405
No Comments Yet

Comments are closed

Contact
Postbus 1738
3000 DR Rotterdam
(T) 010- 408 14 69
(E) aanslag@christiaanse-taxateur.nl


Sponsors
banner 280 x 60 banner 280 x 60